Actuele wijzigingen en aandachtspunten per juli

Actuele wijzigingen en aandachtspunten per juli

Per 1 juli 2025 treden er verschillende wijzigingen in werking die relevant zijn voor werkgevers en ondernemers. Deze actuele wijzigingen en aandachtspunten per juli omvatten aanpassingen in het minimumloon, belastingregels en administratieve verplichtingen. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten overzichtelijk op een rij, zodat uw organisatie tijdig en volledig compliant blijft.

Verleggingsregeling bij meerdere werkgevers binnen één concern

De verleggingsregeling biedt een oplossing voor situaties waarin een werknemer binnen één concern meerdere werkgevers heeft in verschillende landen. Hierdoor kan worden voorkomen dat dubbele sociale verzekeringspremies worden betaald over hetzelfde inkomen.

Als een werknemer in Nederland woont en werkzaamheden verricht voor twee bedrijven binnen hetzelfde concern, bijvoorbeeld één in Nederland en één in Duitsland, dan blijft de werknemer in Nederland sociaal verzekerd indien hij hier meer dan 25% werkt. Beide werkgevers dienen in beginsel sociale verzekeringspremies af te dragen, maar op verzoek kan de Belastingdienst goedkeuren dat slechts de Nederlandse werkgever verantwoordelijk is voor de afdracht van sociale verzekeringspremies. Dit wordt geregeld via de verleggingsregeling.

De Belastingdienst heeft hierover op 25 maart 2025 een officieel standpunt ingenomen voor de verwerking in de loonadministratie. Voor de premieberekening van de sociale verzekeringen en de zorgverzekeringswet geldt dat het maximumbijdrageloon slechts één keer hoeft te worden meegenomen, ook al zijn er meerdere werkgevers binnen het concern. Zo wordt voorkomen dat er onnodig te veel premies worden afgedragen.

Wijziging belastingverdrag Nederland–Duitsland

Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland wordt aangepast om grensarbeiders toe te staan thuis te werken zonder dat zij belasting hoeven te betalen over hun inkomen in beide landen. De wijziging in het belastingverdrag biedt verschillende voordelen voor grensarbeiders.

Een belastingverdrag voorkomt dat werknemers dubbel belasting betalen over hetzelfde inkomen, zowel in het woonland als in het land waar de werkgever is gevestigd. In het algemeen geldt dat inkomstenbelasting wordt geheven in het land waar het werk fysiek wordt verricht. Als grensarbeiders werken vanuit een ander land dan waar de werkgever is gevestigd, kunnen ook aan dat andere land heffingsrechten worden toegekend. Er moet dan bijvoorbeeld belasting worden betaald in het woonland voor het deel dat thuis wordt gewerkt, en in het land van de werkgever voor het resterende deel van het inkomen.

Na aanpassing mogen grensarbeiders (personen die in het ene land wonen en in het andere land werken) tot 34 dagen per kalenderjaar thuiswerken zonder dat dit belastingverplichtingen in hun woonland met zich meebrengt. Dit betekent dat hun inkomen over die dagen alleen belast blijft in het land waar hun werkgever is gevestigd.

Grensarbeiders die meer dan 34 dagen per jaar thuiswerken profiteren niet van deze regeling. Nederland en Duitsland hebben een intentieverklaring ondertekend om in de toekomst te onderzoeken of de thuiswerkvrijstelling kan worden uitgebreid.

Belastbaarheid kosten aanvraag gecombineerde verblijfs- en werkvergunning (GVVA)

Bij de aanvraag van een gecombineerde verblijfs- en werkvergunning (GVVA) voor werknemers die onder de kennismigrantenregeling of de regeling voor intra-concerntransfers (ICT) vallen, rijst de vraag in hoeverre de gemaakte kosten als belastbaar loon moeten worden aangemerkt.

De Belastingdienst heeft hierover recent een standpunt ingenomen. De kosten voor de GVVA-aanvraag moeten worden gesplitst in twee onderdelen. Het deel dat ziet op de verblijfsvergunning, waaronder leges en advieskosten, wordt aangemerkt als loon en is daarmee belast voor de loonheffingen. Dit deel levert de werknemer in de ogen van de Belastingdienst een belastbaar voordeel op. Het deel dat betrekking heeft op de tewerkstellingsvergunning (TWV) wordt niet als loon gezien en blijft onbelast, omdat dit onderdeel primair in het belang van de werkgever is.

Minimumloon

Vanaf januari 2024 wordt het wettelijk minimumloon niet meer per maand weergegeven, maar per uur. Daarmee werd een minimum uurloon geïntroduceerd. Dit minimumloon bedroeg per 1 januari 2025 € 14,06 bruto (exclusief 8% vakantiegeld) en zal nu met 2,42% stijgen naar € 14,40 per juli 2025. Zie hieronder een overzicht van de wijzigingen per aantal werkuren en de bijbehorende minimumlonen per 1 januari en 1 juli van dit jaar.  

Werkweek   01-01-2025 uurloon   01-07-2025 uurloon   Maandloon 2025% Stijging  
36 uur   € 14,06   € 14,40  € 2.246,20  2,42%   
38 uur   € 14,06   € 14,40   € 2371,20  2,42%   
40 uur   € 14,06   € 14,40   € 2.496,-  2,42%  
Werkweek   01-01-2025 uurloon   01-07-2025 uurloon   % Stijging  
20 jaar  € 11,25  € 11,52  2,40% 
19 jaar  € 8,44  € 8,64  2,37% 
18 jaar  € 7,03  € 7,20  2,42% 
17 jaar  € 5,55  € 5,69  2,52% 
16 jaar  € 4,85  € 4,97  2,47% 
15 jaar  € 4,22  € 4,32  2,37% 

Vervaltermijn wettelijke vakantiedagen per 1 juli 2025

Wettelijke vakantiedagen die in 2024 zijn opgebouwd, vervallen op 1 juli 2025, tenzij deze vóór die datum zijn opgenomen. De wet schrijft voor dat werknemers jaarlijks recht hebben op minimaal vier keer het aantal werkdagen per week aan wettelijke vakantiedagen (bij een fulltime dienstverband: 20 dagen).

De opgebouwde wettelijke vakantiedagen hebben een vervaltermijn van zes maanden na afloop van het opbouwjaar. Alleen in uitzonderlijke situaties blijven niet opgenomen dagen langer geldig. Dit betekent dat vakantiedagen uit 2024 uiterlijk op 30 juni 2025 moeten zijn opgenomen.

Werkgevers zijn verplicht werknemers tijdig en duidelijk te informeren over hun openstaande wettelijke vakantiedagen en de vervaldatum daarvan. Daarnaast moeten werkgevers werknemers in de gelegenheid stellen om het verlof op tijd op te nemen.

Als dit niet gebeurt, blijven de dagen geldig en vervallen ze niet. Daarom is het verstandig werknemers actief te informeren over hun openstaande vakantiedagen.

Rapporteren CO₂-uitstoot vóór 30 juni 2025 

Vanaf 2025 moeten organisaties met 100 of meer medewerkers verplicht rapporteren over de CO₂-uitstoot van werk gerelateerd vervoer. Deze maatregel komt voort uit het Klimaatakkoord en heeft als doel om duurzamer reizen te stimuleren.

Dit betekent dat gegevens moeten worden aangeleverd over het aantal kilometers voor woon-werkverkeer en zakelijke ritten, gebruikte vervoermiddelen (auto, OV, fiets, e-bike) en brandstoftype (elektrisch, fossiel, hybride). Deze informatie over het jaar 2024 moet uiterlijk 30 juni 2025 worden ingediend via een online formulier op de website van de RVO. Hiervoor is eHerkenning niveau EH2+ nodig.

Let op: Niet rapporteren kan leiden tot sancties of boetes. De omgevingsdiensten houden toezicht op naleving van deze verplichting.

Blijf compliant en voorbereid op de veranderingen

Als je meer wilt weten over hoe we je kunnen helpen of als je dringende vragen hebt, neem dan gerust contact met ons op. We reageren binnen één werkdag en voor dringende zaken kunnen we op korte termijn een gesprek regelen. Een afspraak kan eenvoudig worden aangevraagd via onderstaand contactformulier.

EU omnibus

Heb je een vraag of verzoek?

We reageren binnen één werkdag.