088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		
Bel ons 088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		

Transfer Pricing Methoden

U heeft transacties met groepsmaatschappijen of u gaat binnenkort transacties hebben met groepsmaatschappijen. U weet dat u een prijs voor de transactie moet bepalen die vergelijkbaar is met de prijs die derden bepaald zouden hebben. Weet u ook dat er bepaalde methoden bestaan om deze zakelijke prijs vast te stellen? Voor elke transactie die u wilt beprijzen moet u een methode kiezen. U dient daarbij de meest geschikte methode te kiezen voor uw specifieke transactie.

Wat zijn de transfer pricing methoden

De transfer pricing methoden zijn verschillende manieren om tot de vaststelling van een zakelijke prijs te komen. De OESO omschrijft in diens transfer pricing richtlijnen een vijftal methoden:

  1. De ‘comparable uncontrolled price method’ (CUP);
  2. De ‘cost plus method’ (CPLM);
  3. De ‘resale price method’ (RPM);
  4. De ‘transactional net margin method’ (TNMM); en,
  5. De ‘profit split method’ (PSM).

De specialisten bij Crowe Peak hebben ruime ervaring met de verschillende transfer pricing methoden en helpen u graag met het selecteren van de meest geschikte methode in uw specifieke geval. De uitleg op deze pagina is informatief en dient niet als advies. Wij raden u ten zeerste af om enkel op basis van dit artikel (zelf) een geschikte transfer pricing methode te selecteren.

Wij leggen elk van deze methoden hieronder op hoofdlijnen uit. U zult deze uitleg wellicht als ingewikkelder ervaren dan u van ons gewend bent. Wij hebben ons best gedaan om de vijf transfer pricing methoden conceptueel op een begrijpelijke manier uit te leggen, maar desondanks blijven de transfer pricing methoden vrij technisch van aard.

1. Comparable Uncontrolled Price Method Comparable Uncontrolled Price Method

Bij de CUP wordt de prijs die wordt gerekend bij de gelieerde transactie, vergeleken met de prijs die gerekend wordt bij een vergelijkbare transactie tussen:

  • twee onafhankelijke partijen, of;
  • één van de partijen betrokken bij de gelieerde transactie en een derde.

In de praktijk wordt de CUP doorgaans toegepast bij bulkgoederen waarvan de marktprijs bekend is of bij leningen.

2. Cost plus method

Cost Plus Method

De CPLM wordt toegepast in transacties tussen een leverancier en een groepsmaatschappij.

Bij toepassing van de CPLM worden de totale voortbrengingskosten van het goed vermeerderd met een kostenopslag. De voortbrengingskosten en de kostenopslag vormen de doorverkoopprijs aan de groepsmaatschappij. De kostenopslag wordt bepaald door te analyseren welke kostenopslag gehanteerd wordt bij vergelijkbare transacties tussen derde partijen.

Ter illustratie: You B.V. maakt machineonderdelen. You B.V. koopt de grondstoffen voor 100 in van Y GmbH, een derde partij. De directe en indirecte productiekosten van You B.V. zijn 50. Uit onderzoek door de transfer pricing adviseurs is gebleken dat onafhankelijke derden een kostenopslag van 30% hanteren. Zodoende bedraagt de verrekenprijs aan Groepsmij GmbH 195 (i.e. de voortbrengingskosten (100 + 50) + 30% = 195).

3. Resale Price Method Resale Price Method

De RPM wordt toegepast in gevallen waarbij een product wordt gekocht van een groepsmaatschappij en wordt doorverkocht aan een derde. De verrekenprijs, de prijs die de doorverkoper zakelijk gezien dient te betalen voor het product, wordt bepaald door de verkoopprijs aan de derde te verminderen met een zakelijke brutomarge. De zakelijke brutomarge wordt bepaald aan de hand van de brutomarges behaald op transacties tussen derden.

Ter illustratie: You B.V. verkoopt de machineonderdelen gemaakt door Groepsmij GmbH voor 100 aan Y GmbH, een derde. You B.V. dient een zakelijke winst aan te geven. Uit onderzoek door de transfer pricing adviseurs is gebleken dat onafhankelijke derden een brutomarge van 25% behalen bij de verkoop van vergelijkbare machineonderdelen. Een zakelijke verrekenprijs tussen Groepsmij GmbH en You B.V. bedraagt zodoende 75. (25% van 100 = 25; 100 – 25 = 75).

4. Transactional net margin method

Transactional net margin method 

Bij de TNMM wordt de operationele winstmarge (i.e. EBIT-marge) die behaald wordt op de transactie met de groepsmaatschappij vergeleken met de operationele winsten die onafhankelijke bedrijven behalen bij soortgelijke transacties/ activiteiten.

Om een marge te kunnen berekenen, moet je de operationele winst tegen iets af kunnen zetten. Er zijn bij het gebruik van de TNMM vele balans- en jaarrekeningposten waartegen de operationele winst kan worden afgezet. Meestal wordt de operationele winst afgezet tegen de omzet of de totale kosten. Net als bij het selecteren van de meest geschikte transfer pricing methode, dient u bij het selecteren van de balans- of jaarrekeningpost(en) waartegen de operationele winst wordt afgezet de meest geschikte posten te kiezen voor de specifieke situatie. De specialisten van Crowe Peak kunnen u hierin adviseren.

Ter illustratie: Groepsmij GmbH verkoopt machineonderdelen aan zijn Nederlandse groepsmaatschappij You B.V. You B.V. verkoopt deze producten aan onafhankelijke derden op de Nederlandse markt. De adviseurs van You B.V. hebben bepaald dat de TNMM de meest geschikte transfer pricing methode is om een zakelijke winst voor You B.V. te bepalen. De operationele winst moet tegen de omzet afgezet worden. De transfer pricing adviseurs hebben bepaald dat onafhankelijke derden een operationele winst behalen die gelijk is aan 6% van de omzet. Als You B.V. € 1 miljoen omzet heeft, dan zal een zakelijke operationele winst voor You B.V. € 60,000 bedragen (i.e. 6% van € 1 miljoen).

5. Profit split method Profit split method

Wanneer groepsmaatschappijen de PSM toepassen, dan wordt de (operationele) winst die wordt behaald met de transactie tussen de betrokken groepsmaatschappijen verdeeld. Voor een correcte toepassing van de PSM zal de (operationele) winst verdeeld moeten worden op een manier die ook derde partijen afgesproken zouden hebben in een vergelijkbare situatie.

Wij zien soms dat cliënten deze methode feitelijk toepassen. Het voelt wellicht eerlijk om risico’s en daarmee ook winst en verlies met elkaar te delen, maar is dit vanuit transfer pricing bezien vaak niet juist. De PSM is slechts in een beperkt aantal gevallen de meest geschikte methode. Daarnaast is het gebruik van de PSM vaak ook niet wenselijk. De methode lijkt weliswaar operationeel eenvoudig toe te passen. Het onderbouwen van de zakelijkheid van de gebruikte verdeelsleutel is daarentegen zeer lastig, omdat deze enkel kan worden geobjectiveerd en nooit objectief kan worden vastgesteld. Daardoor zal de gebruikte verdeelsleutel bijna altijd leiden tot discussies met belastingautoriteiten. Het is daarom in deze -en andere- gevallen altijd van belang om een adviseur te laten kijken naar de gekozen transfer pricing methode.

Wat als ik niet de meest geschikte transfer pricing methode kies?

Wat kan er gebeuren wanneer u niet de meest geschikte transfer pricing methode kiest? U moet in uw transfer pricing documentatie onderbouwen waarom u de door u gekozen transfer pricing methode de meest geschikte vindt. De Belastingdienst zal bij het verrichten van een onderzoek altijd starten vanuit de transfer pricing methode die gekozen is door de belastingplichtige.

U bent vrij om uw eigen transfer pricing methode te kiezen, mits deze leidt tot een zakelijke uitkomst voor de specifieke transactie. Als de Belastingdienst vindt dat de gekozen transfer pricing methode niet leidt tot een zakelijke uitkomst, dan zal de Belastingdienst een transfer pricing correctie opleggen.

Een transfer pricing correctie beïnvloedt niet alleen uw belastbare winst. Door het in aanmerking nemen van een (fictieve) transactie moet ook blijken hoe de winstcorrectie in de boekhouding verwerkt is. Dan kan bijvoorbeeld zijn door middel van een rekening-courant positie of het uitdelen van een (verkapt) dividend. Deze (fictieve) transacties kunnen vervolgens opnieuw uw winst of belastingheffing beïnvloeden. Zo kan een rekening-courant door middel van het in aanmerking nemen van een zakelijke rente uw winst beïnvloeden en kan een (verkapt) dividend leiden tot het moeten betalen van dividendbelasting.

Zoekt u meer?

Heeft u hulp nodig bij het kiezen van de meest geschikte transfer pricing methode voor uw situatie? Neemt u gerust contact met op met onze transfer pricing specialisten.

Crowe Peak
Olympisch Stadion 24-28 1076 DE Amsterdam, Nederland
088 2055 000 contact@crowe-peak.nl