088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		
Bel ons 088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		

WHOA: De eerste uitspraken en huidige stand van zaken

Sinds 1 januari is er de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). De coronacrisis maakt deze wet zeer actueel. De WHOA is vooral bedoeld om onnodige faillissementen te voorkomen. En juist nu zijn er veel ondernemers met een gezonde onderneming die door corona toch in de problemen zijn gekomen.

Wat was de WHOA ook alweer? Zie voor een samenvatting ons overzichtsartikel over de nieuwe wet.

In dit artikel een overzicht van de belangrijkste uitspraken tot nu toe.

WHOA-uitspraak Rechtbank Den Haag – 15 januari 2021

Deze allereerste WHOA-uitspraak ging over een winkelier die door corona in zwaar weer is gekomen. Er werd door schuldeisers beslag gelegd op inventaris en voorraad en de belastingdienst heeft een vordering van € 26.817 opgelegd.

Afkoelingsperiode

De winkelier verzocht een afkoelingsperiode, zodat hij een WHOA-akkoord kon voorbereiden. De winkelier rekende voor dat bij een akkoord de belastingdienst 45% van zijn vordering zou ontvangen en de overige crediteuren 22,5%, terwijl zij bij een faillissement niks zouden ontvangen. Een derde partij was bereid geld te lenen indien een akkoord tot stand zou komen.

Deze situatie kwam ook voor de invoering van de WHOA vaak voor: De debiteur laat zijn crediteuren weten dat zij beter akkoord kunnen gaan, omdat de onderneming anders failliet gaat en zij niets betaald zullen krijgen.
Een van de dingen die WHOA daaraan toevoegt: Er kan een afkoelingsperiode worden afgekondigd. Tijdens deze periode kan een akkoord worden voorbereid en worden acties van crediteuren bevroren.

De rechter maakt heel concreet een afweging door de verwachte inkomsten en openstaande schulden tegen elkaar af te wegen, en dit te vergelijken met de eventuele opbrengst in een faillissement, die naar verwachting lager zou zijn. De afkoelingsperiode werd toegewezen.

WHOA-uitspraak Rechtbank Amsterdam – 15 januari 2021

Deze WHOA-uitspraak ging over een kliniek voor verslavingszorg. De kliniek wilde een afkoelingsperiode, maar met als doel om op gecontroleerde wijze de onderneming te beëindigen. Er werden nog vele duizenden euro’s aan inkomsten van zorgverzekeraars verwacht, waardoor de opbrengst van een WHOA-akkoord beter zou zijn dan een faillissement.

Belangrijk in deze uitspraak is in de eerste plaats dat uitgebreid werd beredeneerd dat een afkoelingsperiode ook kan worden verzocht als de onderneming geen overlevingskans heeft, maar zal worden afgewikkeld.

Positie van werknemers in de WHOA

In de tweede plaats: De positie van werknemers in de WHOA. In deze wet kunnen arbeidsovereenkomsten niet worden meegenomen in een akkoord.
Een aantal ex-werknemers van de kliniek zagen daarom niks in de afkoelingsperiode. Liever wilden zij dat hun werkgever failliet gaat, omdat dan o.a. vakantietoeslag en -uren die zij nog tegoed hebben, zijn gegarandeerd door het UWV. Terwijl zij tijdens een WHOA-afkoelingsperiode waarschijnlijk niets zouden ontvangen.

De rechter oordeelde dat de werknemers geen reëel belang hebben bij een faillissement:

Voor zover de vordering ziet op nog niet uitgekeerde vakantiegelden of nog niet opgenomen vakantiedagen geldt een termijn van 1 jaar voorafgaande aan de datum einde dienstverband. Hiermee komt het belang van het op korte termijn uitspreken van een faillissement te vervallen.

De rechter woog dus de belangen van de werknemers af tegen de belangen van de overige schuldeisers bij het akkoord. Omdat tegen deze beslissing geen hoger beroep openstaat blijven de werknemers voor nu dus met lege handen achter.

WHOA-uitspraak Rechtbank Gelderland – 21 januari 2021

Beslag op inventaris en bedrijfsmiddelen

Een bouwbedrijf had een geschil met een schuldeiser. Er werden kostbare rechtbankprocedures gevoerd en de schuldeiser lagen beslag op inventaris en bedrijfsmiddelen. Het bouwbedrijf begon hierdoor verlies te lijden. Vervolgens dreigde een schuldeiser die € 20.000 tegoed had het faillissement van de aannemer aan te vragen.

Het is duidelijk dat het geschil met één klant dreigde de onderneming ten gronde te richten: Deze klant kon het werken onmogelijk maken door bedrijfsmiddelen te verkopen terwijl de onderneming op zich levensvatbaar is.

De aannemer wilde een afkoelingsperiode zodat een schuldeisersakkoord kon worden voorbereid. Een financier was bereid geld te lenen aan de ondernemer.

De rechter maakte een vergelijkbare afweging als in de andere zaken: met een akkoord zou een hogere uitkering aan de schuldeisers kunnen plaatsvinden dan in geval van een faillissement.

Tot nu toe lijkt het er dus op dat de rechters een WHOA-traject al snel zien zitten, als maar plausibel is dat de opbrengst van een WHOA-akkoord voor schuldeisers hoger zal zijn dan in faillissement.

WHOA-uitspraak Rechtbank Noord-Nederland – 29 januari 2021

Benoeming van een herstructureringsdeskundige

Deze zaak spitst zich toe op de interessante vraag: Als de ondernemer zelf een herstructureringsdeskundige aandraagt, moet de rechtbank dan ook die herstructureringsdeskundige benoemen? De aanvrager stelde dat dit uit de tekst van de wet volgt.

Een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt in ieder geval toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de schuldeisers.

De rechtbank was het hiermee niet eens en overwoog in de eerste plaats:

dat de rol van de herstructureringsdeskundige gezien kan worden als een “bruggenbouwer”, als het spreekwoordelijke “oliemannetje” dat […] zijn taken onafhankelijk en onpartijdig uitvoert.

En verder:

  • De herstructureringsdeskundige mag van te voren nog géén bemoeienis hebben gehad met de herstructurering.
  • In het verzoekschrift voor de benoeming moeten twee of drie namen worden vermeld met bijbehorende offertes voor de kosten.
  • Alleen als alle betrokken partijen het eens zijn, hoeft maar één herstructureringsdeskundige te worden voorgesteld.

Let er ook op dat wordt benadrukt dat de herstructureringsdeskundige een onafhankelijk deskundige is die optreedt voor de gezamenlijke schuldeisers.

Dit alles betekent dat de herstructureringsdeskundige er – net als een curator in faillissement – niet in de eerste plaats lijkt te zijn voor de ondernemer, maar voor zijn schuldeisers.

Een ondernemer en zijn financieel adviseur kunnen er dus niet automatisch van uit gaan dat de financieel adviseur die al is betrokken bij de voorbereiding van het akkoord, ook door de rechtbank zal worden benoemd tot herstructureringsdeskundige. Integendeel.

Eerste WHOA redding faillissement

Op 19 februari 2021 is voor het eerst een WHOA-akkoord door de rechter goedgekeurd.

Het bedrijf Jurlights organiseert o.a. lichtshows, en was tot 15 maart 2020 een winstgevend bedrijf. Na het Corona-verbod op evenementen viel de omzet met 99% terug, en kon het bedrijf zijn schulden van € +/- 1,5 mln niet voldoen. Jurlights stelde op de ouderwetse manier een akkoord voor aan zijn crediteuren: De bank is bereid te herfinancieren, mits schuldeisers een korting op hun vordering accepteren. Niet alle schuldeisers gingen akkoord en het bedrijf leek ten dode opgeschreven.

Maar met de WHOA in het vooruitzicht werd opnieuw een akkoord voorbereid en in januari 2021 aan de crediteuren voorgelegd, dus vlak na inwerkingtreding van de nieuwe faillissementswet.

Nog steeds stemde niet alle schuldeisers voor het voorstel maar het 2/3 vereiste dat onder de nieuwe wet volstaat, werd wél gehaald. Het akkoord kon worden voorgelegd aan de rechter.

Crediteur in faillissement beter of slechter af

Er was dan nog één schuldeiser die zich bleef verzetten: Deze beklaagt zich dat zijn vordering van januari 2020 dateert, dus van voor de coronacrisis, en dat – kortgezegd – de financiële onderbouwing van het akkoord niet transparant was. Maar de rechter oordeelt dat deze bezwaren niet het akkoord in de weg staan: Doorslaggevend is of de crediteur in een faillissement beter of slechter af zou zijn. Het faillissement van Jurlights is onvermijdelijk als het akkoord niet wordt goedgekeurd, en het is duidelijk dat de schuldeisers dan in ieder geval minder ontvangen dan bij het WHOA-akkoord (nl. 16% van hun vordering). De bezwaren van de crediteur werd afgewezen.

Opvallend in deze zaak: De belastingdienst ging ook akkoord, ook al heeft zij een vordering met voorrang en wordt onder het akkoord aan slechts 21% van de belastingvordering van € 527.060,- betaald.

Een akkoord voor meerdere vennootschappen

Ook belangrijk: Jurlights had het akkoord min of meer vormgegeven als een gezamenlijk akkoord voor de Jurlights holding en de Jurlights werkmaatschappij. Een akkoord voor meerdere vennootschappen, zo oordeelde ook de rechter, is onder de WHOA niet mogelijk: De wet gaat uit van afzonderlijke akkoorden, die door de rechtbank eventueel wel gezamenlijk kunnen worden behandeld. Jurlights komt in deze zaak goed weg: De rechter oordeelt dat de twee akkoorden wel in behandeling kunnen worden genomen, onder andere omdat alle schuldeisers van de holding hebben ingestemd met het akkoord, en ook aan het vereiste van 2/3 is voldaan.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de WHOA? Neem dan contact op met de ondernemingsrechtadviseurs van Crowe Peak.

 

Crowe Peak
Olympisch Stadion 24-28 1076 DE Amsterdam, Nederland
088 2055 000 contact@crowe-peak.nl